Wie genoeg zelfhulpboeken leest, merkt al snel dat er terugkerende thema’s zijn. De lange naam van de wetenschapper die het concept flow bedacht is er eentje, Mihaly Csikszentmihalyi, net als een haast existentialistisch geloof in de individuele maakbaarheid van de mens. Nog een vaste waarde is de parabel uit een speech die de Amerikaanse auteur David Foster Wallace ooit gaf aan een klas afstuderende studenten. Die gaat ongeveer zo.
Twee jonge vissen zijn aan het zwemmen, op weg naar wat zeewier of een koraal of een interessante rots met een gat in. Onderweg komen ze een oude vis tegen, die hen begroet. Dag jongens! Mooie dag hè, en wat is het water helder vandaag! De jonge vissen kijken de oudere vis spottend na. Typisch oude mannen, zomaar vissen aanspreken. En water, wat is dat zelfs?
Moraal van het verhaal: het water waarin ze zwommen was zodanig normaal voor de jonge vissen, zodanig vanzelfsprekend, dat ze zich er zelfs niet van bewust waren dat het bestond. Daar trekken productivity bro’s dan allerlei productieve lessen uit, die er meestal op neerkomen dat het hoog tijd is wakker te worden en het heft in handen te nemen. Wake up, sheeple!
Maar ook een andere, zachtere lezing is mogelijk. Als mensen worden we sterk beïnvloed door de context waarin we leven. Dat geldt waarschijnlijk ook voor pony’s of appelbomen, maar ik beperk mij hier even tot mensen. Die context gaat vaak ongemerkt te werk. Sommigen geeft ze een duwtje in de rug, met privileges als sociale klasse, geaardheid, en ras. Helder water verrijkt met extra voedingstoffen. Anderen hindert de context eerder, met ongelijkheid, discriminatie en geweld. Troebel water waarin het moeilijk zwemmen is—en dat moeilijk te negeren is.
Soms begin je je leven in een aquarium waarin het water zo helder is dat het je niet opvalt. Je zwemt heen en weer, hier en daar, van rots naar zeewier en terug. Je bouwt een leventje. Je bent zodanig druk met zwemmen, met de taken van elke dag, dat je niet merkt dat het water eigenlijk al lang niet meer zo helder is. Het is troebel, groen getint, giftig voor een vis als jij. Maar dit is het water dat je kent, jouw rots en jouw zeewier. Dus je zwemt verder.
Tot het niet meer kan.
Om dat dan onder ogen te zien, een streep in het aquariumzand te trekken met je vin, en overboord te springen naar onbekende oorden—dat heet moed. Productivity bro’s hebben het over risico’s afwegen tegenover winsten, over maakbaarheid en meritocratie. Maar zij vergeten het water. Dat jij, kleine vis, geen kosten-batenanalyse met schubben bent. Dat het aquarium jouw leven was, het water jouw bestaan. Dat jij sprong.