Bulldozer of Barbie

Zweden benoemde vandaag Magdalena Andersson als eerste vrouwelijke premier in de geschiedenis van het land. Die timing is symbolisch belangrijk, want vrouwen kregen in Zweden exact honderd jaar geleden het stemrecht. Na een eeuw lang hun stem uitgebracht te hebben, zien de Zweedse vrouwen zich nu dus ook vertegenwoordigd aan de politieke top van hun land. Die benoeming wordt gevierd als een overwinning voor vrouwen en vrouwenrechten. Hoera! Toch?

Ik wil het gejubel over girl power wat nuanceren. Uiteraard ben ik ook blij dat vrouwen meer en meer belangrijke posities kunnen innemen. Vertegenwoordiging is belangrijk, en iedereen verdient het om zichzelf weerspiegeld te zien in haar leiders. Tegelijk is het eigenlijk onvoorstelbaar dat zulke benoemingen in het jaar 2021 nog steeds primeuren zijn. De eerste premier van Zweden werd benoemd in 1876 en kende ondertussen al meer dan dertig opvolgers. Dat tot vandaag geen daarvan een vrouw was, is ronduit bedroevend. Het is dus zeker een overwinning dat Andersson als eerste vrouwelijke premier kan aantreden, maar haar benoeming komt veel te laat. 

Bovendien maken we ons best niet al te veel illusies over de reële impact van een eerste vrouwelijke premier. Dergelijke mijlpalen vervallen al snel in symbolische overwinningen zonder voelbare effecten. De bedoeling van de feministische strijd voor vrouwenrechten zou immers niet mogen zijn om een paar uitverkoren vrouwen door het glazen plafond heen naar de top te katapulteren, zonder oog te hebben voor de overblijvende vrouwen die de scherven mogen opvegen. 

Ook opvallend is de beeldvorming rond Anderssons benoeming. Op Instagram werd er gestrooid met hashtags als #girlpower en emoji’s met hartjesogen, maar sommige meer traditionele media pakten het anders aan. Zo koos De Morgen voor “‘Bulldozer’ Magdalena Andersson benoemd als eerste vrouwelijke premier Zweden” als kop. Bulldozer, echt? Dat zulke talige extremen gebruikt worden om Andersson te beschrijven, illustreert mooi de onmogelijke situatie waarin machtige vrouwen zich nog steeds bevinden.

Vrouwen met macht kunnen het immers nooit goed doen. Aan de ene kant krijgen ze te maken met de verwachtingen die samenhangen met hun gender. Die zijn vrouwelijk gecodeerd: ze moeten zich emotioneel, gevoelig, bijna moederlijk opstellen. Aan de andere kant staan echter de verwachtingen van hun positie. Die zijn mannelijk gecodeerd, door het historische feit dat zo goed als al hun voorgangers en modellen mannen waren. Zo wordt verwacht dat een leider zich sterk houdt, op zijn strepen staat, rationeel en standvastig is. 

Die verwachtingen zijn onmogelijk te verenigen in één persoon. Daardoor krijgen vrouwen in publieke machtsposities al te vaak af te rekenen met kritiek op hun gedrag en voorkomen. Zo vertelde infectiologe Erika Vlieghe deze zomer aan De Morgen dat ze het verwijt kreeg emotieloos te zijn, geen EQ te hebben. Aan de andere kant zien we bijvoorbeeld minister Annelies Verlinden, die tijdens haar bezoeken aan de overstromingen in Wallonië via sociale media kritiek kreeg op haar kledingkeuze en beschuldigd werd van ijdelheid. Vlieghe te mannelijk, Verlinden te vrouwelijk: het is nooit goed. Diezelfde onmogelijke situatie is onderliggend aan de woordkeuze van De Morgen. Door Andersson een bulldozer te noemen, krijgt ze het verwijt te sterk te zijn, te hard… te mannelijk. 

Een vrouw aan de top in Zweden is dus wel degelijk een goede zaak, maar er moeten een paar kanttekeningen geplaatst worden bij het gejubel. Haar benoeming komt erg laat en loopt het risico zuiver symbolisch te zijn. Bovendien laat de publieke reactie erop zien dat genderstereotypen en vooroordelen nog sterk ingebed zijn. Er is nog een lange weg te gaan.

Standard

Leave a comment